“Renewable energy” is de dominante term in EU-regelgeving en internationale literatuur. Nederlandse wet en NEa gebruiken doorgaans “hernieuwbare energie” (formeel) of “duurzame energie” (populair); ze dekken dezelfde lading. In deze glossary kiezen we bewust voor de Nederlandse term in primaire content, maar verwijzen Engels-getagde bronnen (EU, NEa-internationale versie, Argus) gebruiken “renewable”.
Relevantie voor ERE: de onderliggende EU-richtlijn heet “RED3”, de “Renewable Energy Directive, derde herziening”, EU-richtlijn 2023/2413. Deze legt EU-lidstaten doelen op voor aandeel hernieuwbare energie in eindverbruik per sector (transport, verwarming, elektriciteit). De Nederlandse implementatie via RED3-wet 36.766 (aangenomen Eerste Kamer 31 maart 2026, terugwerkend tot 1-1-2026) concretiseert dit in HBE, ERE, en bijbehorende jaarverplichting-percentages.
Voor een consument die Engelse ERE-content tegenkomt (Argus, Joulo’s Engelse site, Easee support): de term mag overal gelezen worden als synoniem met de Nederlandse. Waar verwarring ontstaat is bij precieze getallen: “renewable share” in de Nederlandse netmix is 50,5% in 2026 (wettelijk gedefinieerd via NEa), terwijl “renewable share” in brede EU-statistieken andere afkappingen hanteert.
Veelvoorkomend misverstand: internationale “renewable” = Nederlandse “100% groen”. Niet automatisch. Nederland telt bepaalde bio-verbrandingsstromen als hernieuwbaar die internationale toezichthouders betwisten. Voor ERE is de NEa-definitie leidend.
Zie ook: duurzame-energie, red3, pv-weighting.