De aansluitingshouder is een kern-rechtsbegrip in de Nederlandse ERE-systematiek. Waar andere landen (DE, BE) vaak de laadpaal-eigenaar als ERE-gerechtigde aanwijzen, kiest Nederland expliciet voor de aansluitingshouder. Dat is simpel voor thuissituaties (op jouw naam staat de netaansluiting, dus jij hebt het ERE-recht), maar levert gespannen dossiers op bij:
Leaseauto’s. Werknemer laadt thuis; werkgever vergoedt de laadkosten. Wie krijgt de ERE? Antwoord: de werknemer (aansluitingshouder), niet de werkgever of leasemaatschappij. Leasemaatschappijen proberen dit contractueel te omzeilen door werknemer te laten ondertekenen dat ERE-rechten aan hen worden afgestaan; dit is juridisch betwistbaar. De Eerste Kamer signaleerde 24 maart 2026 al een “dubbel-voordeel-probleem” waar werknemer volledig vergoed krijgt én ERE claimt.
VvE’s. Gemeenschappelijke laadinfra achter één aansluiting: de VvE (als rechtspersoon) is aansluitingshouder, niet de individuele bewoners. ERE-opbrengst loopt daarmee via de VvE-kas. Sommige inboekers (Zeres, ConnectNed) hebben hier specifieke VvE-producten voor.
Huurhuizen. Als de aansluiting op naam van de huurder staat: huurder heeft ERE-recht. Als op naam van verhuurder/woningcorporatie: verhuurder, vaak tot verbazing van de laadpaal-financierende bewoner.
Bedrijfs-laadpaal thuis. Als de netaansluiting op naam werkgever staat (zakelijke aansluiting in werknemers-huis): werkgever.
Veelvoorkomend misverstand: “ik heb de laadpaal gekocht, dus ik heb het ERE-recht.” Niet automatisch. Aansluitingshouder gaat boven laadpaal-eigenaar in de ERE-toewijzing.
Zie ook: werkgever-werknemer-regeling, ean, thuisladen.