Het ERE-certificaat (emissiereductie-eenheid) is sinds 1 januari 2026 de manier waarop eigenaren van elektrische laadpalen in Nederland geld kunnen krijgen voor de CO2-reductie van hun thuisladen. De wettelijke basis staat in Titel 9.7 Wet milieubeheer, uitgevoerd onder de Europese RED3-richtlijn. Eén ERE staat voor één kilogram vermeden CO2: hoeveel een geladen kWh bespaart vergeleken met benzine of diesel, met een factor 4 omdat elektrisch rijden efficiënter is dan verbranding.
ERE is de opvolger van de HBE voor de elektriciteit-route. HBE-certificaten worden nog gebruikt voor biobrandstoffen, ERE specifiek voor elektrisch vervoer. De NEa beheert het Register Energie voor Vervoer (REV); aanbieders registreren daar certificaten namens particulieren en bedrijven. Brandstofleveranciers (Shell, BP, TotalEnergies en kleinere partijen) zijn wettelijk verplicht jaarlijks ERE’s te kopen om hun CO2-reductieplicht af te dekken. Dat is waarom de markt überhaupt bestaat.
Wat ERE-certificaten niet zijn: een subsidie, een groencertificaat (zoals GvO) of een tegemoetkoming van de overheid. De prijs wordt bepaald tussen aanbieders en brandstofleveranciers. Wat de consument ziet, is de netto-uitkering per kWh (rond €0,07 tot €0,12), niet de groothandelsprijs.
Belangrijk: je ontvangt geen fysieke certificaten. Het REV is een digitaal register; je merkt er als eigenaar alleen iets van via de uitbetaling die je aanbieder doet.
Zie ook: hbe-certificaat (de voorganger, nu alleen voor biobrandstof), inboekdienstverlener (de tussenpartij die namens jou registreert), nea (de toezichthouder).