De HBE bestaat sinds 2015 als de boekhoudkundige eenheid onder de Wet energie voor vervoer. Eén HBE staat voor één gigajoule (GJ) aan hernieuwbare energie die in transport is ingezet: biodiesel, bio-ethanol, biogas, groene waterstof, of voorheen ook elektriciteit voor EV’s. Brandstofleveranciers onder jaarverplichting (olie- en gasmaatschappijen) moeten jaarlijks een minimum aantal HBE’s (nu ERE’s) inleveren, gelijk aan een vast percentage van hun fossiele omzet.
Vanaf 1 januari 2026, met de implementatie van RED3 in Nederland, is de elektriciteits-route uit HBE losgeknipt en krijgt een eigen certificaat: de ERE. Conversie-verhouding: ~46 ERE ≈ 1 oude HBE (ruw; hangt af van CO2-factor). HBE blijft actief voor de biobrandstofkant: E10, B7, HVO, bio-LNG, etc. blijven in HBE-eenheden boeken en uitgekeerd.
Praktisch voor consumenten: als je na 2026 hoort of leest over “HBE via je laadpaal”, is dat verouderde terminologie. Je ontvangt ERE’s. Sommige inboekdienstverleners (met name Den Hartog, STX Services) handelen beide aan; ze hebben een bredere portefeuille richting brandstof-obligated parties.
Veelvoorkomend misverstand: HBE en ERE zijn niet uitwisselbaar op de markt. Een obliged party kan niet een HBE-tekort met ERE’s afdekken of vice versa; de RED3-wet splitst de rekeningen.
Zie ook: ere-certificaat (de huidige eenheid voor laadpaal-kWh), jaarverplichting (de wettelijke aankoopplicht), red3 (de EU-richtlijn die de splitsing forceerde).