Woordenlijst · Basisbegrip

Jaarverplichting

De wettelijke verplichting voor brandstofleveranciers in Nederland om jaarlijks een vastgesteld percentage hernieuwbare energie te leveren aan de transportsector, af te dekken met HBE- of ERE-certificaten. Vormt de vraagkant van de ERE-markt.

De jaarverplichting is wat de ERE-markt überhaupt mogelijk maakt. Zonder deze verplichting hebben grote brandstofleveranciers (Shell, BP, TotalEnergies en kleinere partijen) geen reden om certificaten te kopen, en zou de markt instorten. De verplichting staat in Titel 9.7 Wet milieubeheer (uit de HBE-tijd) en is per 2026 aangescherpt onder de Europese RED3-richtlijn.

Hoe werkt het? Elke brandstofleverancier moet ieder jaar aan de NEa aantonen dat hij een minimum-percentage hernieuwbare energie heeft geleverd, of dat hij dit met certificaten heeft afgedekt, gemeten over zijn fossiele afzet. Het exacte percentage voor 2026 staat in de jaarlijkse regeling van de NEa; raadpleeg die als je het precies wilt weten.

Voor een gemiddelde Nederlandse oliemaatschappij gaat het om tientallen miljoenen ERE-certificaten per jaar. Dat zorgt voor structurele vraag. Is er meer aanbod (meer geladen kWh) dan vraag, dan daalt de prijs; bij meer vraag dan aanbod stijgt hij.

Niet alle brandstof valt onder deze verplichting. Brandstof voor scheepvaart en luchtvaart heeft eigen regimes; voor sommige sectoren (landbouw, defensie) bestaan vrijstellingen. De NEa publiceert maandelijks volume-rapportages.

Misvatting: “Als niemand ERE’s koopt wordt mijn uitkering nul.” Theoretisch kan de prijs zakken bij overaanbod (zoals in 2024 met HBE-certificaten gebeurde), maar de verplichting zelf is absoluut: niet-naleving leidt tot boetes die hoger zijn dan de marktprijs. Niemand komt eronderuit.

Zie ook: reductiebijdrage, nea, red3, ere-certificaat.